10 november 2009

Waarschijnlijk heb je er al iets van meegekregen of reeds een oefenwedstrijd van onze 1e team gezien. Bij het spelen van de wedstrijden van ons 1e team krijgen wij te maken met een schotklok. De KNKV heeft hiervoor bepaalde richtlijnen opgesteld. Voor diegene die interesse hebben in de aanpassing van de regels zijn deze hieronder in het kort weergegeven.

Wedstrijddraaiboek

1. De zaal is tenminste 20 minuten voor aanvang beschikbaar.

 

2. Er is een warming-up tijd van minimaal 13 minuten. De tijdwaarneming geeft begin en einde hiervan aan.

 

3. 15 minuten voor aanvang worden de opstellingen van beide teams ingeleverd bij de juryvoorzitter, inclusief wedstrijdformulier en spelerskaarten/begeleidingskaarten. Dit is de definitieve opstelling van de ploegen, alle mutaties nadien worden dan aangemerkt als wissels.

 

4. Nadat het opstellingsformulier/wedstrijdformulier is ingeleverd en gecontroleerd, gaan de spelers 7 min voor aanvang naar de kleedkamers om zich gereed te maken voor presentatie en wedstrijd.

 

5. De spelers verzamelen zich in de hoeken van het speelveld voor het oplopen en voorstellen (vooraf bepaald).

 

6. De spelers van beide ploegen worden één voor één aangekondigd, terwijl ze vanuit de hoeken oplopen naar het midden van de speelvloer.

 

7. De spelers en arbitraal duo kijken allemaal naar één richting welke vooraf is bepaald door de thuisspelende vereniging. De juryvoorzitter licht de uitspelende ploeg hiervan (indien van toepassing) in.

 

8. De scheidsrechters lopen op vanaf de jurytafel.

 

9. Na de opstelling richting tribune(s) loopt de uitploeg langs de thuisploeg en scheidsrechters om hen een prettige wedstrijd te wensen. Vervolgens schudt ook de thuisploeg de scheidsrechters de hand.

 

10. Na het voorstellen kunnen de rituelen starten die direct bij de wedstrijd horen.

 

11. De rust bij wedstrijden in deze klassen is 5 minuten. Begin en einde worden aangegeven door de tijdwaarneming.

 

12. Het KNKV volgt de IKF 2 minutenregel betreffende blessurebehandeling in het veld.

 

13. Na de wedstrijd groeten beide teams elkaar en de scheidsrechters. Dit gebeurt in het midden van de zaal. Vervolgens bedanken zij het publiek.

 

14. De aanvoerders en de scheidsrechter verzorgen direct na afloop van de wedstrijd de administratie van de wedstrijd aan de wedstrijdtafel.

Aanvullende spelregels

A. Tijdwaarneming (zie spelregel § 3.1)

  • De scheidsrechter geeft door middel van een fluitsignaal het begin, een onderbreking en een hervatting van het spel en het begin en beëindiging van een time-out aan door een fluitsignaal.

Bij het beginnen en hervatten van het spel fluit de scheidsrechter zodra de speler die de worp neemt gereed staat en aan alle gestelde regels § 3.9 is voldaan.

• Aan het einde van de halve en de gehele speeltijd wordt een automatische tijdsignalering gebruikt. De installatie voor automatische tijdsignalering "bepaalt" het einde van de halve en gehele speeltijd. De scheidsrechter fluit dus niet wanneer de halve en de gehele speeltijd is verstreken.

 

Gedurende de laatste vijf minuten van iedere wedstrijdhelft zal iedere keer als de scheidsrechter fluit om de wedstrijd te stoppen, de wedstrijdklok worden stil gezet. De tijd gaat weer lopen als de scheidsrechter fluit om het spel te hervatten. Het nemen van de strafworp is hierbij een uitzondering. Bij een strafworp gaat de tijd weer lopen als de bal is aangeraakt door een speler na het missen van de strafworp of de tijd gaat lopen als de scheidsrechter fluit om de uitworp te nemen als er uit de strafworp gescoord is.

Voor de momenten die "buiten" deze vijf minuten liggen geeft de scheidsrechter aan (doormiddel van het daarbij behorende handgebaar) de tijdwaarnemer aan wanneer hij vindt dat de klok moet worden stilgezet. Bijvoorbeeld bij blessures of een natte vloer. De klok gaat weer lopen op het teken van de scheidsrechter.

Voor de tijd die nodig is voor het wisselen van spelers en voor een time-out wordt ook de klok stil gezet.
De scheidsrechter zal overigens gedurende de gehele wedstrijd met het scheidsrechtersgebaar, behorend bij paragraaf 3.1 en handgebaarblz.88, moeten aangeven wanneer de tijd wordt stilgezet en wordt hervat.

B. Tijdslimiet in de aanval

Een aanvallende ploeg heeft 25 seconden de tijd om met een schot de korf te raken of te scoren.. Deze tijd wordt aangegeven door een schotklok. De overschrijding van de tijdslimiet wordt aangegeven door de zoemer van een schotklok, waardoor het spel onderbroken wordt. Bij overschrijding van de tijdslimiet kent de scheidsrechter een spelhervatting toe aan de verdediging. De spelhervatting wordt genomen vanaf de plaats waar een aanvaller de bal nog in zijn bezit heeft op het ogenblik dat de zoemer gaat of in bezit had vlak voordat de zoemer afging.


1. De schotklok wordt gestart op 25 seconden als een aanvaller in het bezit van de bal komt.


2. De schotklok wordt stilgezet en opnieuw op 25 gestart als de bal na een schot de korf raakt.


3. De schotklok wordt stilgezet en op 25 gezet als een verdediger de bal in bezit heeft, als een doelpunt door de scheidsrechter wordt toegekend en wanneer de halve of de gehele speeltijd is verstreken.


4. a. De schotklok wordt stilgezet bij het fluitsignaal van de scheidsrechter voor een spelonderbreking, die niet bestraft wordt met een vrije worp of spelhervatting voor de aanvaller (bijvoorbeeld uitbal, scheidsrechtersworp of onbillijke bevoordeling).
b. De schotklok wordt op de tijd die hij aangeeft weer aangezet nadat de scheidsrechter het spel hervat heeft door middel van een fluitsignaal, de bal door de nemer van de worp in het spel is gebracht en een aanvaller de bal in bezit heeft gekregen. Het moment van het in bezit krijgen van de bal is dus bepalend voor de herstart van de schotklok.

 

5 a. De schotklok wordt stilgezet en op 25 gezet bij het fluitsignaal van de scheidsrechter voor een overtreding die bestraft wordt met een vrije worp op de plaats van de strafworppunt of een spelhervatting of een strafworp (§ 3.6 en 3.9 t/m 3.11 van de Spelregels)
b. De schotklok wordt weer aangezet na dat de scheidsrechter het spel hervat heeft door middel van een fluitsignaal, de bal door de nemer van de vrije worp, de spelhervatting of strafworp in het spel is gebracht en een aanvaller de bal in bezit heeft gekregen. Het moment van het in bezit krijgen van de bal is dus bepalend voor de herstart van de schotklok.


6. In het geval dat een aanvaller de bal terugspeelt naar een medespeler in het verdedigingsvak loopt de schotklok door en wordt deze niet opnieuw op 25 seconden gestart indien een aanvaller direct daaropvolgend in het bezit van de bal komt.


7. Blessurebehandeling aanvaller of verdediger m.b.t. schotklok.

a. De schotklok wordt stilgezet bij het fluitsignaal van de scheidsrechter voor een spelonderbreking als gevolg van een blessure van een aanvaller.
De schotklok wordt op de tijd die hij aangeeft weer aangezet nadat de scheidsrechter het spel hervat heeft door middel van een fluitsignaal, de bal door de nemer van de worp in het spel is gebracht en een aanvaller de bal in bezit heeft gekregen. Het moment van het in bezit krijgen van de bal is dus bepalend voor de herstart van de schotklok.

b. De schotklok wordt stilgezet en op 25 gezet bij het fluitsignaal van de scheidsrechter voor een spelonderbreking als gevolg van een blessure van een verdediger. De schotklok wordt weer aangezet nadat de scheidsrechter het spel hervat heeft door middel van een fluitsignaal, de bal door de nemer van de worp in het spel is gebracht en een aanvaller de bal in bezit heeft gekregen. Het moment van het in bezit krijgen van de bal is dus bepalend voor de herstart van de schotklok.

c. Oponthoud voor blessure behandeling

Als tijdens de wedstrijd een speler zich blesseert en medische of paramedische hulp nodig heeft, wordt de volgende procedure toegepast:

 

  • Medische en paramedische hulp kan alleen verleend worden door personen die hiertoe bevoegd zijn en bij de juryvoorzitter als zodanig bekend. De scheidsrechter zal een teken geven naar de bank van het team waartoe de geblesseerde speler behoort. Hiermee geeft hij een dokter, (sport)fysiotherapeut of verzorger toestemming in het veld te komen om een speler te onderzoeken of te behandelen. Vanaf het moment dat de helper in het veld komt, op de plaats van de geblesseerde speler, krijgt hij/zij 2 minuten om hulp te bieden. Alleen een dokter, (sport)fysiotherapeut of verzorger mogen het veld inkomen. Na 2 minuten moeten de arts en/of de sportfysiotherapeut het veld weer verlaten. De speler kan doorspelen als hij daartoe in staat is.
  • Als na 2 minuten de speler niet in staat blijkt te zijn om verder te spelen, moet de speler het veld (indien dit veilig kan) verlaten en kan de behandeling voortgezet worden buiten het veld. Het spel zal hervat worden direct nadat de speler het veld heeft verlaten. Bij het spelen in een (tijdelijke) situatie van 4 tegen 3 spelers wordt de huidige regeling hieromtrent toegepast.

De assistent-scheidsrechter en juryvoorzitter houden de tijd bij in geval van een blessure. De scheidsrechter bewaakt de voortgang en treedt op bij treuzelen en/of tijdsoverschrijding.

 



terug naar nieuwsoverzicht