"verstand van korfbal niet nodig om een korfbalclub te leiden"
KAMPEN - Op 14 november krijgt KV DOS Kampen / Veltman een nieuwe voorzitter. Therry Eenkhoorn is de naam en verstand van korfbal heeft hij niet. "Heel fijn," noemt hij dat zelf: "dan hoef ik me dus ook niet met technische zaken te bemoeien."
De 39-jarige geboren en getogen Kampenaar vindt het absoluut geen nadeel dat hij korfbal alleen kent via zijn dochter, die in de F-jes speelt: "Er lopen bij DOS genoeg mensen rond, die daar verstand van hebben. Dan kan ik me dus op andere zaken richten. Je moet vooral niet als voorzitter alles zelf willen doen. Ik zie het als mijn taak om boven alle commissies te zweven en zo sturing te geven aan alle processen. De uitvoering kan ik dan rustig aan de commissieleden overlaten."
Eenkhoorn zou in zijn jeugd kennis maken met korfbal tijdens het jaarlijkse korfbaltoernooi: "Ik ging voor de eerste wedstrijd bij het inlopen door mijn enkel heen en dat was gelijk einde korfbaltoernooi." Hij ging naar de zwemclub, deed daar eerst aan wedstrijdzwemmen en ging later ook waterpoloën. Was hij als wedstrijdzwemmer een middenmoter, als waterpoloër speelde hij jaren in het eerste team van Delta/Steur. Binnen de zwem- en poloclub trainde hij diverse jeugdteams en organiseerde toernooien. Vijf jaar geleden stopte hij daar mee en hij houdt nu zijn conditie op peil met squash en fitness.
"In augustus ben ik benaderd door het bestuur of ik interesse had in de functie van voorzitter. Hoe ze bij mij kwamen? Tja, ik informeerde tijdens een ledenvergadering naar het beleidsplan en dan zet je je bij een sportclub al gauw in de etalage." Eenkhoorn is duidelijk in zijn beweegredenen om ja te zeggen: "DOS is een vereniging, waar momenteel alles voor de wind gaat. Dat maakt het wel makkelijker om zo'n functie op je te nemen. Maar minstens zo belangrijk is voor mij de sfeer die ik aantrof bij mijn eerste kennismaking bij DOS. Ik voelde mij er zeer snel thuis. De club straalt gewoon gezelligheid uit en presteert daarnaast ook nog goed. Die combinatie spreekt me aan."
Eenkhoorn verbaast zich erover dat DOS kans ziet om zoveel vrijwilligers aan zich te binden: "Je weet dat het steeds moeilijker wordt om vrijwilligers te krijgen voor de diverse functies. Wanneer je dan, zoals DOS in anderhalf jaar tijd dik honderd leden erbij krijgt en je ziet toch kans om alle extra kaderfuncties te bemensen, dan zegt dat iets over de club. Bij ieder jeugdteams minstens twee trainers en alle commissies bezet." Dat is tegelijkertijd ook een zorg voor Eenkhoorn: "Het is nu de kunst om het goed te houden. Alles zit DOS mee, maar de club heeft de laatste jaren erg veel energie gestopt in de nieuwe accommodatie. Nu moet die energie gaan zitten in de verdere opbouw van de club. We worden steeds groter, het is belangrijk dat de lijnen kort blijven en dat alles beheersbaar blijft. Daarom moet de structuur binnen de club versterkt worden, gericht op een vereniging van over de driehonderd leden."
Eenkhoorn formuleert zorgvuldig drie speerpunten voor de komende jaren: "Nu heeft DOS genoeg kader, dat moeten we op niveau houden, zowel kwantitatief als kwalitatief. Vrijwel alle selectieleden en junioren zijn actief als vrijwilliger. Die traditie zit verankert in de club. En alleen met goed kader kun je je leden behouden. Nieuwe leden binnenhalen lukt nog wel, maar ze dan binden aan je club is een veel grotere opgave." Eenkhoorn spreekt nu al met passie over de club, waar hij nog maar net komt kijken. Als tweede noemt hij de nieuwe accommodatie van de geelzwarten: "Het ziet er perfect uit, maar het moet ook perfect blijven. Een goed onderhoudsplan is essentieel." Eenkhoorn weet waar hij over praat, in het dagelijks leven is hij projectleider bij een architectenbureau in Zwolle. De snelle groei van DOS brengt ook daar zorg met zich mee: "De velden zijn vol bezet en in de kleedkamers is geen ruimte. We hebben vier kleedkamers, twee voor de dames en twee voor de heren. Daar zitten dan al die spelers bij elkaar. Dat kan niet en we moeten nu al nadenken over uitbreiding van de kleedkamers."
Als derde speerpunt noemt de toekomstig voorzitter het beleidsplan van DOS: "Het huidige beleidsplan zou tot 2010 moeten duren, maar alle doelstellingen hebben we nu al ruimschoots gehaald. Dat plan moet bijgesteld en geactualiseerd worden. Bij DOS kennen we een denktank, die dat soort zaken doet, maar ik zal hun vergaderingen zeker bijwonen."
Dat Eenkhoorn gewend is om verder te kijken dan zijn neus lang is, bewijst zijn opmerking over de plaatselijke politiek. "Er speelt veel rond de sport: de nieuwe sportnota, het kunstgrasplan voor de voetbal en het idee om sportparken te verplaatsen." Over dat laatste idee is Eenkhoorn helder: "Daar ben ik echt op tegen, sport hoort dicht bij de mensen plaats te vinden."
Eenkhoorn zit duidelijk op zijn praatstoel: "Sport speelt zo'n belangrijke rol in de sociale infrastructuur. Voor veel politici is sport alleen maar bezig zijn met sport. Binnen een sportvereniging gebeurt echter meer. Vriendenclubs ontstaan, jongeren worden geactiveerd iets te doen voor de maatschappij en er worden allerlei extra zaken georganiseerd. Die sociale infrastructuur zou de overheid moeten versterken. En dan is er meer sport dan alleen voetbal."
Eenkhoorn is van plan om in de komende tijd wat kennismakingsbezoekjes af te leggen: "We moeten de contacten met de gemeente aanhalen, maar ik wil ook wel eens praten met de tafeltennisclub en de badmintonvereniging. Hun accommodatie is toe aan groot onderhoud. Misschien liggen daar wel kansen om de sporthal uit te bouwen tot een volwaardige hal, zodat we er als korfballers ook wedstrijden kunnen spelen."
Tot slot, hoe ziet bijna-dosser de verhouding met Wit-Blauw? "Och, één voordeel, ik ben helemaal blank, heb geen verleden. Onderlinge rivaliteit is gezond, zolang respect maar het kernwoord blijft. Ik zal dit seizoen mijn collegavoorzitter vast wel een keer ontmoeten voor een goed gesprek. Maar ik richt me nu eerst op DOS."
terug naar nieuwsoverzicht