6. Spelers

    Overal waar `spelers' staat, worden ook `speelsters' bedoeld, tenzij dit duidelijk anders is vermeld.

a. Aantal en indeling

    Het spel wordt gespeeld door twee partijen, elk van vier spelers en 4 speelsters, van wie in elk vak twee spelers en 2 speelsters worden bedoeld.

b. Onvoltallige ploegen

    Indien ��n of beide ploegen onvoltallig zijn, kan de wedstrijd aanvangen of doorgaan, mits een indeling mogelijk is waarbij in geen enkel vak minder dan drie spelers van ��n partij zijn opgesteld en in geen vak twee spelers en een speelsters van ��n partij staan tegenover ��n speler en twee speelsters van de andere partij.

c. Vervanging van spelers

    Tijdens een wedstrijd behoeven de eerste vier spelersvervangingen in een ploeg niet de goedkeuring van de scheidsrechter. Nadat de hiervoor bedoelde vier vervangingen hebben plaatsgevonden, kunnen geblesseerde spelers, die niet meer tot verder spelen in staat zijn, na toestemming van de scheidsrechter, worden vervangen.

    Een speler wie de scheidsrechter de verdere deelname aan het spel heeft ontzegd, mag worden vervangen.

    Indien ��n van de hierboven genoemde spelersvervangingen nog niet heeft plaatsgevonden, moet de vervanging van een weggezonden speler als een van deze vervangingen worden beschouwd. Indien reeds vier of meer spelersvervangingen hebben plaatsgevonden, mag de weggezonden speler nog steeds worden vervangen. Wordt de weggezonden speler niet vervangen, dan wordt de ploeg geacht ��n van de vier bovenstaande spelersvervangingen gebruikt te hebben en mag bovendien de betrokken ploeg geen spelers meer vervangen van hetzelfde geslacht als de weggezonden speler.

    Een vervangen speler mag in dezelfde wedstrijd niet meer aan het spel deelnemen.

d. Uitrusting van spelers

    De spelers van iedere partij dienen gekleed te zijn in een uniform sportkostuum, dat voldoende te onderscheiden is van dat van de tegenpartij. De spelers moeten geschoeid zijn. Het is verboden voorwerpen te dragen die tijdens het spel letsel kunnen veroorzaken.

7. Aanvoerder, coach, vervangende spelers en andere tot de ploeg behorende personen.

a. Aanvoerder

    Van elke ploeg is er ��n der spelers aanvoerder. Deze draagt een duidelijk zichtbare band om de linkerbovenarm. Hij vertegenwoordigt de ploeg en is verantwoordelijk voor een behoorlijk optreden van zijn spelers. Indien bij de ploeg geen coach aanwezig is, geeft hij de scheidsrechter kennis van elke wijziging in de ploeg, kan hij om een time-out verzoeken en deelt hij de scheidsrechter en de coach van de tegenpartij mee, welke aanvaller als de niet-schietende speler moet worden beschouwd. Hij heeft het recht de scheidsrechter te wijzen op alles wat hem in het belang van een goede voortgang van de wedstrijd wenselijk voorkomt.

b. Coach

    Bij een ploeg kan een coach aanwezig zijn. De coach behoort te zitten op de bank die aan zijn ploeg is toegewezen.

    Het is de coach en andere tot de ploeg behorende personen niet toegestaan het speelveld te betreden zonder de toestemming van de scheidsrechter.

c. Vervangende spelers en andere tot de ploeg behorende personen

    Indien een ploeg wordt vergezeld van vervangende spelers en/of andere personen die tot de ploeg behoren, dienen deze op de bank te zitten. Op de bank mogen geen andere personen plaatsnemen.

    Het maximaal aantal vervangende spelers dat op de bank mag plaatsnemen is acht.

    Het maximaal aantal andere personen dat op de bank mag plaatsnemen is, behalve de coach, vier.

8. Scheidsrechter

    De scheidsrechter heeft de leiding van het spel.

    Tot zijn taak behoort:

a. Het keuren van zaal, speelveld en materiaal

    De scheidsrechter overtuigt zich er voor de aanvang van de wedstrijd van dat zaal, speelveld en spelbenodigdheden aan de gestelde voorwaarden voldoen en dat alles gereed is om te beginnen.

    Hij let op veranderingen, die tijdens het spel optreden.

b. het handhaven van de regels van het spel

    De scheidsrechter bestraft de overtredingen. Wanneer bestraffing in het nadeel is van de niet-overtredende partij, kan de scheidsrechter besluiten een overtreding niet te bestraffen (`voordeelregel').

    De scheidsrechter gebruikt de offici�le scheidsrechtersgebaren om zijn beslissingen te verduidelijken.

    Hij grijpt in indien onbillijke bevoordeling van ��n der partijen door niet tot het spel behorende omstandigheden wordt teweeggebracht.

    Hij beslist in twijfelgevallen.

    Wanneer twee overtredingen tegelijkertijd plaatsvinden, bestraft de scheidsrechter de belangrijkste overtreding.

c. het kennisgeven van beginnen, onderbreken, hervatten en be�indigen van het spel en het beginnen en be�indigen van het een time-out door een fluitsignaal.

Bij het beginnen en hervatten van het spel fluit de scheidsrechter zodra de speler die de worp neemt gereed staat en aan alle gestelde regels (19 en 20) is voldaan.

Indien een installatie voor automatische tijdsignalering wordt gebruikt, fluit de scheidsrechter niet wanneer de halve of gehele speeltijd is verstreken.

d. het optreden tegen wangedrag van spelers, coaches, vervangende spelers en andere personen die tot de ploeg behoren en tegen overlast van het publiek.

In geval van wangedrag kan de scheidsrechter iedere persoon die tot een ploeg behoort formeel waarschuwen of de persoon in kwestie van het speelgebied wegzenden. Indien het een persoon betreft, die gerechtigd is op de bank te zitten, kan de scheidsrechter deze persoon ook verbieden de bank te verlaten zonder zijn toestemming gedurende de resterende speeltijd.

De scheidsrechter kan de coach voor de verdere duur van de wedstrijd het recht ontzeggen zijn functie nog uit te oefenen en hem van het speelgebied wegzenden.

Indien hem dit noodzakelijk voorkomt, kan hij het publiek laten waarschuwen, de wedstrijd schorsen of voortijdig be�indigen.

9. Tijdopnemer

    De scheidsrechter wijst, zo enigszins mogelijk, iemand aan als tijdopnemer, wiens taak het is te waarschuwen, even voor het einde van iedere speelhelft. Wanneer het spel is onderbroken kan de tijdopnemer de scheidsrechter eveneens door middel van een geluidssignaal attent maken op het feit dat een van de partijen verzocht heeft om een time-out of een vervanging.

10. Assistent-scheidsrechter

    Bij iedere wedstrijd is 1 assistent-scheidsrechter, die tot taak heeft de scheidsrechter te assisteren bij het leiden van de wedstrijd.

    Voor het uitvoeren van zijn taak gebruikt de assistent-scheidsrechter een vlag. Hiermee brengt hij de scheidsrechters ter kennis dat de bal 'uit' is of dat er andere fout in zijn nabijheid is gemaakt.
    De scheidsrechter kan de assistent-scheidsrechter vragen hem te assisteren bij het uitvoeren van andere -van tevoren afgesproken- taken.

    De scheidsrechter wijst de assistent-scheidsrechter de positie aan die hij moet innemen. Gedurende de wedstrijd bevindt de assistent-scheidsrechter zich binnen het speelgebied (2), maar buiten het speelveld.

    De scheidsrechter heeft het recht de assistent-scheidsrechter van zijn functie te ontheffen en -zo mogelijk- een plaatsvervanger aan te stellen.

NB: de bovenstaande informatie is rechtstreeks afkomstig van de offici�le site van de KNKV. v