1. Speelveld

      De afmetingen van het speelveld zijn 60 x 30 m. Het speelveld wordt door een lijn evenwijdig aan de korte zijnde in twee even grote vakken verdeeld.

2. Afbakening

      Het gehele speelveld is door duidelijk zichtbare lijnen of linten met een breedte van 3-5 cm omgeven. Op dezelfde wijze is de middenlijn tussen de beide vakken aangegeven.

      De strafworppunten moeten worden gemarkeerd op 2,50 m voor de paal in de lengteas van het speelveld.

3. Palen

      In beide vakken staat een paal in de lengteas van het speelveld op een afstand van de korte zijde gelijk aan 1/6 van de lengte van het veld.

      De palen zijn rond en kunnen bestaan uit massief hout, metalen buis of synthetisch materiaal met een uitwendige doorsnede van 4,5 - 8 cm.

      Zij worden in loodrechte stand stevig in of op de vloer bevestigd.

4. Korven

      Tegen elke paal wordt aan de naar het midden gekeerde kant een korf bevestigd, met de bovenrand overal 3,50 m boven de vloer. De korven zijn cilindervormig zonder bodem, hebben een hoogte van 25 cm, een binnenrandse doorsnede van 39-41 cm en een rand van 2-3 cm, breedte. Zij zijn gemaakt van tenen of rotan; zij moeten ��nkleurig zijn en onderling gelijk.

      De bevestiging van de korf aan de paal moet voldoen aan de volgende voorwaarden:

- zij mag geen onderling beweging toelaten;

- de paal mag niet boven de korf uitsteken;

- in-, noch uitwendig mogen uitsteeksels van meer dan 1 cm voorkomen;

- een metalen steun onder de korf is slechts toelaatbaar aan de paalzijde over ten hoogste een kwart van de omtrek; metalen strippen tegen de buitenzijde over ten hoogste een derde van de omtrek.

5. Bal

      Gespeeld wordt met een tweekleurige (bij voorkeur zwart-wit) ronde bal, waarvan de buitenkant bestaat uit leer of een ander goedgekeurd materiaal, dat geen gevaar oplevert voor de spelers. Het oppervlak van de bal behoort niet glad te zijn de spelers moeten een goede greep op de bal kunnen hebben, bijvoorbeeld door de naden van de bal. Op het oppervlak van de bal behoort de marge te worden aangegeven waarbinnen de druk van de bal, afhankelijk van het gebruikte materiaal, zich moet bevinden. De druk behoort te worden aangegeven in bars, een extra aanduiding in `pounds per square inch' is toegestaan.

      De omtrek bedraagt 68-70,5 cm. Hij moet zijn opgepompt tot de voorgeschreven en op de bal aangegeven druk. Bij de aanvang van een wedstrijd mag het gewicht van de bal niet minder dan 445 gram en niet meer dan 475 gram bedragen. Als men de bal op de speelvloer laat vallen van 1.80 m hoogte, gemeten vanaf de onderkant van de bal, behoort hij te stuiten tot een hoogte van ten minste 1.20 m en ten hoogste 1.30 m, gemeten vanaf de bovenkant van de bal.

NB: de bovenstaande informatie is rechtstreeks afkomstig van de offici�le site van de KNKV. v